5 manieren waarop jij jezelf verlaat zonder dat je het door hebt…

Je bent goed geworden in voor anderen zorgen. In aanpassen. In afstemmen. In voelen wat een ander nodig heeft en daar op reageren.

Wat je misschien minder goed hebt geleerd – of ergens onderweg bent kwijtgeraakt – is jezelf als uitgangspunt nemen.

En dat heeft een naam: jezelf verlaten.

Maar het lastige is: het voelt zelden zo. Het voelt als lief zijn. Als redelijk zijn. Als niet zo moeilijk doen. Als gewoon verder gaan.

Hieronder vijf manieren waarop het gebeurt – waarschijnlijk herken je ze allemaal.

1. Je overschrijft wat je voelt met wat je denkt te moeten voelen

Je voelt ergens weerstand. Ongemak. Een knoop in je maag. Maar in plaats van dat serieus te nemen, ga je redeneren.

“Het is niet zo erg.” “Ik ben waarschijnlijk gewoon moe.” “Ze had het niet zo bedoeld.” “Ik stel me aan.”

En dus ga je door. Je gaat toch. Je zegt toch ja. Je sust het gevoel met een uitleg en een uur later ben je vergeten dat je überhaupt iets voelde.

Dit lijkt op zelfreflectie. Het voelt rationeel en volwassen. Maar wat je eigenlijk doet, is jezelf overrulen. Je gevoel heeft iets gezegd en jij hebt het weggeveegd.

Het gevoel had gelijk. Jij had het alleen niet meer vertrouwen geleerd.

2. Je past je mening aan zodra iemand anders reageert

Je zegt iets. De ander reageert anders dan verwacht. Teleurgesteld, geïrriteerd, of gewoon met stilte. En voor je het weet, zit je jezelf uit te leggen, te verzachten, of terug te nemen wat je net zei.

“Ik bedoelde het niet zo.” “Nee, je hebt wel gelijk eigenlijk.” “Ik weet het ook niet hoor.”

Niet omdat je van mening bent veranderd. Maar omdat de onvrede van de ander voelt als gevaar. Als iets wat jij moet oplossen.

Dit patroon heeft zich diep ingesleten – waarschijnlijk al lang voor de relatie of situatie die het heeft verergerd. Je hebt geleerd dat jouw mening veilig is zolang de ander het er mee eens is. En dus pas je je aan, keer op keer, zonder het zo te noemen.

Maar het resultaat is dat je standpunten nooit van jou zijn. Ze zijn altijd een beetje van de ander ook.

3. Je zegt ja terwijl je lichaam nee zegt

Je wordt gevraagd iets te doen. Je voelt meteen: ik wil dit niet. Maar de vraag komt van iemand die je niet wilt teleurstellen, of de situatie voelt te ongemakkelijk om nee te zeggen, of je denkt: ik doe het gewoon, dan is het klaar.

Dus je zegt ja.

En daarna voel je een vage vermoeidheid, irritatie of leegheid die je niet helemaal kunt plaatsen. Want je hebt toch zelf ja gezegd?

Ja. Maar niet vanuit jezelf. Vanuit de behoefte om het goed te houden. Om niet lastig te zijn. Om de ander niet tekort te doen.

Het lichaam houdt bij wat jij negeert. Elke keer dat je ja zegt terwijl je nee voelt, legt het een laagje erbij. En op een gegeven moment weet je niet meer wat je zelf wil – omdat je het al zo lang niet meer hebt gevraagd.

4. Je maakt jezelf kleiner zodat de ander groter kan zijn

Je hebt een idee – maar je zegt het niet, want de ander weet er vast meer van. Je hebt iets nodig – maar je vraagt het niet, want je wilt geen last zijn. Je hebt iets bereikt maar je minimaliseert het, want anders is het opscheppen.

Dit voelt bescheiden. Soms zelfs deugdzaam.

Maar wat je eigenlijk doet, is jezelf systematisch wegmaken. Je neemt minder ruimte in dan je hebt. Je maakt je behoeften kleiner dan ze zijn. Je houdt je succes verborgen zodat niemand er iets van vindt.

Na jaren in een situatie met iemand die altijd de grootste, slimste of meest behoeftige was, is dit een overlevingsstrategie geworden. Maar die situatie is misschien allang voorbij – en het patroon is gebleven.

Jij hebt recht op ruimte. Niet minder dan een ander. Evenveel.

5. Je stelt jezelf uit tot iedereen tevreden is

Jij komt later. Als alle ballen in de lucht zijn gehouden. Als iedereen het naar de zin heeft. Als het rustig is. Als er tijd over is.

Maar die tijd is er bijna nooit.

En dus schuif je jezelf steeds verder naar achteren. Je eigen wensen, dromen, rust, plezier – het mag er zijn, maar pas als het niet ten koste gaat van iemand anders. En dat moment komt zelden.

Dit voelt als verantwoordelijkheidsgevoel. Als volwassenheid.

Maar het is ook een manier waarop je jezelf nooit serieus neemt. Want als jij altijd degene bent die wacht, stuur je jezelf de boodschap: anderen komen eerst. Altijd. En jij mag er zijn met wat overblijft.

Je behoeften zijn niet minder belangrijk omdat ze van jou zijn.

Waarom je dit niet eerder zag

Misschien herken je dit alles en denk je: maar ik wist dit toch al?

Ja. Waarschijnlijk wel. Dat is precies het punt.

Jezelf verlaten gaat zelden gepaard met een bewust besluit. Het gaat langzaam. Het voelt normaal. Het voelt soms zelfs goed – want het houdt de vrede, het maakt de ander blij, het voorkomt conflict.

En je kunt het haarfijn uitleggen. Maar uitleggen maakt het nog niet stoppen.

Echte verandering begint niet bij meer inzicht. Het begint bij voelen – bij het moment waarop je de nee in je lijf leert herkennen vóórdat je hem al weg hebt geredeneerd. Waarbij je leert dat jouw gevoel betrouwbaar is, ook als iemand anders er anders over denkt.

Dat is het werk. En het is heel ander werk dan begrijpen.

Klaar om dit werk aan te gaan en wil je weten hoe ik je hierbij kan helpen? Plan een kennismaking in.

Plaats een reactie